Anderhalf uur per dag werken (2)

Dagboek september 1991

Aanhaling uit Bevrijde tijd van Okke Jager: Als wij met de levensstandaard van onze grootouders genoegen zouden nemen, hoefden wij maar anderhalf uur per dag te werken. Wat doe ik met dat extra geld? Auto, vakantie, reizen, boeken, fotograferen, kleding. Wat wil ik missen?

En nu, in 2019, denk ik ook nog aan de volgende materiële en immateriële zaken.

  1. verbouwen, inrichten en verlichten van huis en tuin
  2. (persoonlijke) hygiëne
  3. voeding en versnaperingen
  4. elektronische hulpmiddelen zoals de computer en de telefoon
  5. uitstapjes
  6. museumbezoek
  7. horeca
  8. cadeautjes
  9. abonnementen
  10. muziek en concerten
  11. films en bioscoopbezoek
  12. conferenties
  13. tandarts
  14. bril en andere hulpmiddelen
  15. medische zorg en medicijnen (al dan niet op doktersrecept)
  16. documenten als paspoort en rijbewijs
  17. allerlei vormen van scholing
  18. therapie en coaching

En dan is daar nog de vraag: wat wil ik missen? Eigenlijk niets…

Advertenties
Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Anderhalf uur per dag werken

Dagboek september 1991

Aanhaling uit Bevrijde tijd van Okke Jager: Als wij met de levensstandaard van onze grootouders genoegen zouden nemen, hoefden wij maar anderhalf uur per dag te werken. Wat doe ik met dat extra geld? Auto, vakantie, reizen, boeken, fotograferen, kleding. Wat wil ik missen?

Nu heb ik daar nog eens over nagedacht. Ik heb het lijstje hierboven aangevuld met een heel aantal zaken waar ik toen niet aan dacht (zie volgende blogbijdrage). En vast en zeker zie ik nog het een en ander over het hoofd. Onze ontwikkeling, onze status en onze luxe bepalen ons leven grotendeels, maar ik vind het moeilijk om afstand te nemen. En alleen met genoeg afstand zou te zien zijn wat ons leven onderscheidt van dat van onze voorouders.

Niet alleen van dat van de mensen die voor ons hier leefden, maar ook van het leven dat mensen die tegelijk met ons ergens anders leven.

Aan welke dingen denk jij die jij hebt in je leven en onze voorouders niet?

Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Januari 2049

Er ligt een envelop op de mat. Moeizaam buk ik me. Misschien moet ik mijn zoon vragen  zo’n mandje aan de deur te bevestigen, zodat ik niet meer hoef te bukken om de post op te rapen. Eenmaal terug in de woonkamer maak ik de envelop open. Een rouwbrief, zoals ik al dacht. Meestal weet ik om wie het gaat, maar dit keer heb ik geen idee. Het zal toch niet om een onverwacht overlijden gaan van iemand die me dierbaar is?

De naam op de kaart doet me mijn voorhoofd fronsen. Moet ik die persoon kennen, gekend hebben? Eén van de namen eronder springt eruit: een oudere vriendin die onlangs opgenomen is. Het zal om haar zoon gaan. Ach. Ze heeft altijd zoveel zorgen om hem gehad. Die zorgen deelde ze altijd met haar man. Wie heeft ze nog, nu ze weduwe is?

Ik loop de overige namen langs. Allemaal hebben ze dezelfde toevoeging, cursief gedrukt. In dierbare herinnering. De vader van de overledene natuurlijk. En zijn ex-vrouw. Maar ook een tweetal ooms en een tante staan vermeld.

Er zal geen enkel levend familielid vermeld worden in het bericht van overlijden van mijn vriendin dat ik binnenkort verwacht. Als ik er dan zelf nog ben.

bron foto

 

Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , ,

Verzameld werk van Shakespeare

Toen ik tiener was, was boekhandel De Slegte een uitkomst. Voor weinig geld kon je daar heel veel kopen. Bijvoorbeeld het verzameld werk van William Shakespeare in een paperback voor een paar gulden. In het Engels. Kleine letters, twee kolommen, nauwelijks marges. Dat deerde me niet. Al die rijkdom onder handbereik. Ik hoefde alleen die bladzijden maar te lezen.

Inmiddels zijn we zo’n veertig jaar verder. Geen van de toneelstukken van Shakespeare heb ik gelezen of op het podium gezien. Een jaar of tien terug was ik zo ver dat ik het verzameld werk de deur uit gedaan heb.

Wat heeft de hoge norm averechts gewerkt. Omdat ik alles moest lezen, kreeg hoegenaamd niets van de wijsheid en de taal van Shakespeare de kans om tot me door te dringen. Tussen mij en de vermoede rijkdom lag de lat te hoog…

Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , ,

Vlaflip

Het woord van het jaar 1963 (mijn geboortejaar) is vlaflip. Het genootschap Onze Taal heeft op de website een jaarwoordenzoeker geplaatst.  Je kunt daar een jaartal tussen 1800 en 2017 intikken, en dan krijg je te zien welk woord of welke uitdrukking in dat jaar ontstaan is, met een uitleg. Nicoline van der Sijs, productief taalkundige en etymologe,  bracht in 2006 het Calendarium van de Nederlandse taal, De geschiedenis van het Nederlands in jaartallen uit. Dat boek is de basis van de jaarwoordenzoeker. Bij het woord vlaflip staat de volgende tekst.

De naam ‘vlaflip’ wordt in 1963 bedacht door mevrouw Reuvers-Ulijn uit Oss. Haar man werkt voor de zuivelfabriek Campina, en is op zoek naar een naam voor het toetje dat bestaat uit een laagje limonadesiroop, een laagje vanillevla en een laagje yoghurt.

Toen ik kind was, was vlaflip een heel begeerlijk toetje. Ik wist niet dat het kant en klaar te koop was, want in ons huishouden was bijna alles home made. Heel soms kwam er gele vla op tafel, in een fles. En dan kregen we soms een beetje vla met yoghurt en limonadesiroop. Eigenlijk moest het in een glas. Hoe ik daarbij kwam – geen idee, maar dat wist ik wel. Maar er was al vaat genoeg, en dus kregen we onze vlaflip op het goed schoon geschrapte (of stiekem gelikte) diepe bord van de aardappels.

Met dank aan Wikipedia voor de afbeelding en de volgende weetjes.

  • In 2005 kreeg het Stadsgewestelijk Materieel van de Nederlandse Spoorwegen vanwege de nieuwe kleuren de bijnaam vlaflip.
  • Een in 2005 opgeleverd met rood-gele kleurvlakken uitgevoerd flatgebouw aan de Pieter Calandlaan in Amsterdam-Osdorp heeft inmiddels ook de bijnaam vlaflip gekregen.
Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , , , ,

Lanterfanten

Onthaasten is het woord dat milieuminister Margreeth de Boer in 1997 muntte, en dat zo goed aansluit bij een breed gevoeld verlangen dat het lijkt of het woord er altijd al geweest is. Er zijn meer woorden van gelijke strekking.

Annemiek Leclaire doet in Vrij Nederland verslag van het jaar waarin ze onderzoekt hoe te ontploeteren. “Ik vond mijn leven en dat van de mensen om me heen dichtgetimmerd geraakt met to do’s.” Zij gebruikt in haar bijdrage aan het septembernummer de woorden ontfocussen, rondhangen, lanterfanten, dagdromen, kliederen, prutsen, luieren en lummelen.

Lanterfanten is overigens afgeleid van het zelfstandig naamwoord lanterfant: iemand die zijn tijd verbeuzelt, lui persoon. En dat woord is waarschijnlijk een vervorming van land en trawant (bedelaar, vagebond).

Het klinkt tegenstrijdig, maar ik geef Annemiek Leclaire toch gelijk: de vrijheid om vaak genoeg niets te kunnen doen is volgens haar alleen te behouden dankzij strenge regie.

Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , , , , , ,

Eerste winterdag

Vroeg op reis. De trein rijdt over een brug, net op het moment dat een binnenvaartschip er onderdoor vaart. Op het dek staat een man een rode auto te wassen. De ochtendnevel krijgt langzaam kleur. Boven de horizon verschijnt de zon. Eerst oranje, dan geel, en dan te fel om in te kijken. De schaduwen worden korter. Dor riet omzoomt een plas, een dun laagje ijs weerkaatst het zonlicht. Het mag winter worden.

Geplaatst in blogbijdrage | Tags: , ,